Visie BSO

A. Bieden van emotionele veiligheid

Veiligheid wordt bepaald door vaste pedagogisch medewerkers, aanwezigheid van bekende leeftijdsgenoten en de inrichting van de ruimte.

Emotionele veiligheid en de groep

Het is belangrijk dat de kinderen een band kunnen opbouwen met de groepsleidster(s) maar het is ook belangrijk dat er bekende leeftijdsgenoten in de groep aanwezig zijn. Groepsgenoten kunnen op jonge leeftijd al een bron van veiligheid vormen. In een vertrouwde groep kunnen kinderen gevoelens van verbondenheid en sociale verantwoordelijkheid ontwikkelen.

Verder proberen we de groep tot een vertrouwde omgeving te maken door de middag altijd te beginnen met gezamenlijk wat te eten en drinken. De kinderen krijgen een glas ranja en een verantwoord tussendoortje/fruit nadat ze binnenkomen van een schooldag. Om 17:00 krijgen ze weer een glas ranja en dan met een verantwoord tussendoortje. In de school vakanties blijven de kinderen meestal een hele dag dus dan is het dag indeling anders.

Alle kinderen worden gerespecteerd met ieder hun eigenheid. Wel proberen we binnen een groep de ‘stillere’ kinderen ook aan bod te laten komen. Dit doen we door de leidsters bewust aandacht te geven aan deze kinderen. Kinderen die meer energie hebben krijgen de mogelijkheid om hun energie kwijt te kunnen door actieve spelletjes.

B. Gelegenheid tot het ontwikkelen van de persoonlijk competentie

Bij jonge kinderen zijn exploratie en spel de belangrijkste middelen om greep te krijgen op hun omgeving. Door exploratie ontdekt het kind nieuwe handelingsmethoden die vervolgens in het spel worden geoefend en uitgebouwd. Exploratie en spel zijn intrinsiek gemotiveerd, de kwaliteit hiervan is een voorspeller voor de latere creativiteit, onafhankelijkheid en veerkracht.

Er zijn 3 factoren die exploratie en spel kunnen bevorderen.

  • Inrichting van de ruimte en aanbod van materialen en speelgoed
  • Vaardigheden van de leidsters in het uitlokken van begeleiden van spel.
  • Aanwezigheid van bekende leeftijdsgenoten
C. Gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competenties

De interactie met leeftijdsgenoten, het deel zijn van een groep en het deelnemen aan groepsgebeurtenissen biedt kinderen een leeromgeving voor het opdoen van sociale competenties.

C1 Sociale competentie en de leidster-kind interactie

De positie van de leidster is situatie afhankelijk. Onze insteek is in eerste instantie dat kinderen van elkaar leren en zelf dingen kunnen oplossen. Soms is het nodig om hierin te sturen en kan een gebeurtenis voor de leidster aanleiding zijn om er met de groep over te praten.

D. Eigen maken van waarden en normen, ‘cultuur’

Kinderopvang biedt een bredere samenleving dan het gezin. De groepssetting biedt in aanvulling op de socialisatie in het gezin, eigen mogelijkheden tot socialisatie en cultuuroverdracht. In een groep doen zich relatief veel leermomenten voor. Het gedrag van de groepsleiding speelt een cruciale rol bij de morele ontwikkeling van kinderen. De reacties van leidsters geven niet alleen richting en correctie aan het gedrag van kinderen maar worden door kinderen ook gekopieerd in hun eigen gedrag naar andere kinderen of volwassenen.

D1 Eigen maken van normen en waarden en de leidster-kind interactie

Er gelden een aantal vaste regels op de BSO:

  • We hebben respect voor elkaar
  • We zijn aardig voor elkaar
  • We luisteren naar elkaar
  • We wachten op onze beurt
  • We schreeuwen niet
  • We ruimen onze spullen en speelgoed op
  • We zijn zuinig op de materialen en het speelgoed
  • Bij binnenkomst hangen we onze jassen en tassen aan de kapstok.
  • We wassen onze handen na het plassen.
  •  Iedereen ruimt zijn eigen bordje en beker op.
Skip to toolbar